GESCHIEDENIS
|
1930 - 1931 - 1932 - 1933 - 1934 - 1935 - 1936 - 1937 - 1938 - 1939
|
HVO-Querido ontstaat in 1997 uit een fusie tussen stichting HVO en de prof. dr. A. Querido stichting,
respectievelijk maatschappelijke opvang en geestelijke gezondheidszorg.
We bestaan uiteraard al langer: Hulp voor Onbehuisden is in 1904 opgericht, RIBW Querido is sinds 1969 actief.
Hier onze geschiedenis, momenteel tot 1969.
Vanaf 1997 kunt u door onze jaarverslagen bladeren.
Kies een decennium of jaartal uit het menu hierboven.
Klik op de afbeeldingen in de tekst voor extra informatie en illustraties.
|
1930
In diesem Wetter, in diesem Braus
Nie hätte ich gelassen die Kinder hinaus
Man hat sie hinaus getragen ...
Het Algemeen Handelsblad zet op 1 en 2 januari 1930 zwaar in met de Kindertodtenlieder van Rückert en Mahler als
motief in een bijdrage over het werk van HvO in het Pesthuis. De sfeervolle en welwillende bijdrage geeft
een overzicht van de verschillende afdelingen en doelgroepen van Hulp voor Onbehuisden.
De journalist vindt het nachtasyl voor mannen niet te vergelijken met het voorbeeld dat de Russische schrijver Maxim Gorki
van een dergelijke voorziening schetst in zijn gelijknamige toneelstuk. In het asiel van HvO ontbreekt namelijk alle romantiek.
Het artikel volgt de gang van een dakloze langs de politie, voor een bewijs van toegang voor HvO, langs het zwarte pad om het oude Pesthuis, waar het verplichte bad wacht,
de kleren worden ingenomen en iedereen zich in een lang wit nachthemd hult. 's Morgens om zeven uur ontbijt met warme koffie en dan weer naar buiten.
Eind jaren twintig maakt een deel van het personeel van Hulp voor Onbehuisden zich ongerust over de pensioenregeling. Volgens het
bestuur is deze regeling daarentegen juist te ruim, maar laat het salaris te wensen over. Medewerkers maken zich ook druk
over de vraag of HvO wel in staat zal zijn pensioen te betalen als de daartoe gerechtigde leeftijd wordt bereikt.
Het bestuur antwoordt daarop
Bij een vereeniging als de onze, die leeft van de hand in de tand, zonder stamkapitaal, aangewezen op natuurlijk
uiterst onregelmatig binnenkomende giften en gaven, aangevuld met subsidie, is men nimmer zeker van den
financiëlen toestand.
Al vertoonen de giften de laatste jaren sedert 1921-1922 een neiging tot een niet onbelangrijke stijging, tot meer dan
36%, niemand kan zeggen of dit zoo zal blijven, terwijl ook niemand weet hoe de Gemeente-subsidie ook maar een jaar
te voren zal zijn omdat die jaarlijksch wordt vastgesteld.
Er verandert niet veel aan de inkomstenwerving van HvO, ook al wordt de aanpak wat professioneler met het aanstellen van
een heuse propagandist. De bijdragen van particulieren bestaan nog steeds uit giften, contibuties, jaarlijkse bijdragen,
schenkingen, erfenissen en legaten.
Dit gebeurt vooral via aansporingen met girobiljetten in het maandelijkse huisorgaan en via de zogeheten 'doosjes',
een soort spaarpotten die bij particulieren en winkels worden geplaatst en waar het publiek geld in kan doen.
Ook stuurt Hulp voor Onbehuisden collectanten de straat op. Tenslotte betalen bewoners/verpleegden zelf een deel van hun
verblijfskosten. Mensen met een baan betalen driekwart van hun inkomen aan Hulp voor Onbehuiden, van de rest is 1/8 zakgeld
en 1/8 spaargeld.
De uitgestelde viering van het 25-jarig jubileum van HvO vindt plaats op 19 mei, terwijl de dagen daar omheen worden aangewend
voor feestviering onder personeel en verpleegden.
De inzamelingsactie van het erecomité in het kader van het jubileum onder penningmeester Lieftinck levert een nettoresultaat van ƒ43.482 op.
Het bestuur stelt nuchter vast dat de propagandist van HvO, de heer Koenen, blijkbaar goed werk levert, in dezelfde periode een jaar eerder leverden zijn inspanningen,
zonder de extra aandacht vanwege het jubileum, de vereniging ƒ33.000 op.
Naar aanleiding van een advies van prof. Van Leersum besluit HvO bij de Mannenafdeling wat betreft voeding
meer vrijheid toe te staan voor het gebruik van witbrood naast bruinbrood.
HvO stelt een zogeheten bezuinigingsinspecteur aan.
Mejuffrouw Muizenberg, directrice van de vrouwen- en kinderafdeling, moet in maart het veld ruimen wegens klachten over onheuse bejegening.
Door de contacten met Tuschinsky in het kader van het jubileum ontstaat in 1930 het idee om een film te laten maken over het werk der vereniging.
Na voltooing van deze film treedt bestuurslid mr. Wertheim in contact met de bioscoopbond om te bewerkstelligen dat Hulp voor Onbehuisden
- in afwijking van de strikte regel - mag collecteren tijdens de vertoning in de theaters van deze film.
Voor de mannenafdeling van het Oud Buitengasthuis wordt een geschikt gebouw gevonden aan de Weesperzijde in de vroegere Deli Bierbrouwerij.
Het gebouw biedt plaats aan ongeveer 120 mannen. Dit komt Hulp voor Onbehuisden goed uit, men kan dan eeste de mannen verhuizen en de kinderen tijdelijk in de voormalige
mannenvleugel van het pesthuis onderbrengen.
Begin 1930 probeert men jongens van het Observatiehuis ook buiten de inrichting te laten spelen. In verband met pogingen tot ontvluchting tijdens de wandeling
staakt HvO dit experiment al snel.
In april 1930 wordt Koos Vorrink,
de latere voorzitter van de Partij van de Arbeid, lid van de Commissie van Toezicht van het Observatiehuis.
Later zal hij zich ook met de 'avondontspanning' van de jeugdige bewoners van het jongenshuis aan de Prins Hendrikkade belasten.
In de loop van het jaar wordt de latere directeur van de kinderbescherming Daniël Mulock-Houwer directeur van dit Observatiehuis aan de Vosmaerstraat.
De gemeente Amsterdam stelt een commissie in om te komen tot de bouw van een kindertehuis waarin naast de wethouder voor maatschappelijke steun J. Douwes
ook de stadsarchitect A.R. Hulshoff en HvO-directeur Honing zijn vertegenwoordigd.
Vanaf oktober is de aanloop bij het nachtasiel zo groot dat regelmatig niet alle gegadigden kunnen worden opgenomen.
In 1930 heeft HvO ongeveer 80 kinderen ondergebracht bij pleeggezinnen, voornamelijk in de Achterhoek.
De Amsterdamse Horecaf geesft het traditinele kerstfeest voor de kinderen van Hulp voor Onbehuisden.
Gedurende het jaar 1930 vestrekt Hulp voor Onbehuisden 272.917 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 748 per dag.
1931
In januari verschijnt een waarderend stuk in Het Volk, dagblad voor de arbeiderspartij, over het nachtasiel.
Op 11 januari bezoekt een aantal verpleegden van HvO het Concertgebouw op invitatie van het Carlton hotel.
De gemeente begint met de uitbreiding van het Wilhelmina Gasthuis en daarom moet een deel van de bevolking va het Oud Buitengasthuis
van Hulp voor Onbehuisden alvast elders onderdak zoeken. De Mannenafdeling verhuist naar de Weesperzijde 110 aan de Amstel en een deel van het
oude Pesthuis wordt afgebroken.
De gemeente heeft hiertoe de voormalige Deli-brouwerij aangekocht en verbouwd.
Op 13 maart kan HvO het pand betrekken.
Het is de bedoeling dat de huisvesting aan de Weesperzijde van tijdelijke aard is, de gemeente is van plan een aantal grote stedelijke armen- en weeshuizen op te richten.
Het communistische raadslid Leendert Seegers protesteert tegen de verhuizing naar de Weesperzijde. Met verbouwingskosten van ruim
ƒ240.000 gelooft hij niet in de tijdelijke aard van deze oplossing. Achteraf blijkt dit een profetische blik, HvO zal nog
tot in de jaren tachtig met opvangvoorzieningen aan de Weesperzijde blijven en HVO-Querido houdt momenteel ook daar nog kantoor.
Van de ambitieuze plannen van de gemeente - overigens van harte gesteund door het bestuur van Hulp voor Onbehuisden - om een
aantal nette, grote voorzieningen in de stad te bouwen voor iedereen die opvang behoeft, komt niets terecht.
Het Jongenshuis aan de Prins Hendrikkade viert in 1931 zijn twintigjarige bestaan.
De directeur van dit huis, de heer De Winter, krijgt assistentie van een adjunct-directeur, de heer Peereboom.
In juni is er brand
in een loods op het terrein van het Oud Buitengasthuis. Door een gunstige windrichting loopt het incident gelukkig zonder verdere schade aan de kinderafdeling af.
Hulp voor Onbehuisden verkoopt veertig etsen van het Oud-Buitengasthuis van de hand van de Friese kunstschilder Hannes Elzinga,
"een leerling van Prof. Van der Waay,", prijst het huisorgaan, voor de prijs van ƒ15 per stuk. De kunstenaar
staat welwillend 1/6 deel van de opbrengst af aan de vereniging.
Ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan en ter promotie van het eigen werk besluit Hulp voor Onbehuisden in 1931 een propagandafilm te maken onder de titel Zelfkant.
Deze zwijgende film is bedoeld voor vertoning in theaters - HvO hoopt op toestemming om tijdens de voorstelling te mogen collecteren - en vertelt de
fictieve geschiedenis van de berooide Amsterdamse familie Mulder.
Doelloos zwervend langs de straten komen zij een politieagent tegen die hen aanraadt om toch vooral hun heil bij Hulp voor Onbehuisden te zoeken.
Bij HvO is er in het script uiteraard voor iedereen plaats, zelfs voor de grootvader, en gelukkig trekt niemand er zich wat van aan dat de familie terstond wordt gescheiden
en wordt verdeeld over alle mogelijke afdelingen, meteen een handige manier om de hele organisatie te laten zien.
Iedereen gedijt uitstekend gedurende deze time-out, de familie Mulder is weer spoedig boven Jan, krijgt een nieuw huis toegewezen en vertrekt blijmoedig, genezen en gelouterd uit het
Oud-Buitengasthuis om opnieuw zelfstandig hun plaats in de samenleving in te nemen.
De film is gemaakt door de van oorsprong Duitse regisseur Henk Kleinman. De rollen worden vertolkt door (amateur)acteurs, cliënten en medewerkers van Hulp voor Onbehuisden.
Het Stadsarchief heeft een stukje van deze film online gezet in zijn verzameling 'Amsterdamse schatten'.
Klik hier om dat fragment te bekijken.
Bij HvO wordt hard gewerkt. Uit de bestuursnotulen blijkt dat een assistent van de Economische en Huishoudelijke Dienst het zo druk te hebben dat hij
"herhaaldelijk niet naar huis kan om zijn middagmaal te gebruiken". Besloten wordt dat deze medewerker in voorkomende gevallen samen met de bewoners de lunch kan gebruiken.
B&W van Amsterdam maken bezwaar tegen de tot dusver toegepaste subsidie voor het Observatiehuis.
In dit huis wonen namelijk ook jongens die door de rijksregering zijn geplaatst, die niet uit Amsterdam afkomstig zijn,
maar voor wie de gemeente wel een deel van verpleegkosten betaalt.
De Minister van Justitie is voorlopig echter niet van plan de bekostiging te herzien.
Later in het jaar stelt het kamerlid Frida Katz van de CHU vragen over deze kwestie.
Mevrouw Katz treedt indien noodzakelijk overigens ook op als advocaat van het Observatiehuis.
In november verschijnen twee artikelen over Hulp voor Onbehuisden in dagblad De Tijd. Deze worden, inclusief de fraaie illustraties van Herman Moerkerk, overgenomen door het huisorgaan van HvO.
De gasverlichting in het Oud Buitengasthuis is duur en ondoelmatig en wordt daarom in 1931 vervangen door elektrisch licht.
Brood wordt voortaan betrokken van een coöpratieve fabriek, HvO sluit de eigen bakkerij en ontslaat de bakker en de chef-bakker.
De gemeente verhoogt de huur van het Pesthuis van 1 gulden naar 12.000 gulden per jaar in verband met een wijziging in de administratieve regels van de gemeente.
Gelukkig voor HvO wordt dit bedrag volledig gedekt door een hogere subsidie verstrekt door diezelfde gemeente.
Accountantskantoor Klynveld wordt verzocht op te treden als bedrijfsaccountant.
Hoewel er diverse plannen zijn om een eigen zomerkamp in te richten, besluit HvO de vakantiekampen voor de kinderen voorlopig voort te zetten in Saxenheim in Nunspeet.
In 1931 verstrekt Hulp voor Onbehuisden 295.764 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 810 per dag.
1932
Bestuursvoorzitter Mendes da Costa bezoekt de burgemeester teneinde een donatie te verkrijgen van het Crisiscomité
naast toestemming om een collecte te houden.
De sloopwerkzaamheden en bouwactiviteiten in en rond het Oud Buitengasthuis leiden ertoe dat in 1932 plotseling 120
kinderen moeten worden geëvacueerd wegens instortingsgevaar.
Het bestuur van Hulp voor Onbehuisden wenst alvast een spoedige verhuizing van de ongehuwde moeders en kinderen naar
de een onderkomen in de Roggeveenstraat. De kwestie is echter in handen van de gemeentelijke dienst Publieke Werken, die
de zaak "bedenkelijk maar niet gevaarlijk" acht.
In de jaren dertig belandt de wereld in een economische crisis die ook aan Nederland niet ongemerkt voorbijgaat. Zo telt Amsterdam
in 1928 nog 11.265 werklozen, in 1931 al 24.925 en in 1936 maar liefst 58.072 werkloze burgers.
De Amsterdamse gemeenteraad bespreekt in 1932 een voorstel van B&W om het tekort van HvO van ƒ69.000 over
1931 en daarvoor uit de gemeentekas te betalen, omdat de gedwongen verhuizing naar de Weesperzijde aanzienlijk op financiën
van de vereniging drukt. Het raadslid Z. Gulden van de SDAP maakt bezwaar:
Wat het bestuur van de Vereeniging betreft, daarin zitten ongetwijfeld
allemaal zeer respectabele menschen met goed klinkende namen, maar
toch is het te betreuren, dat men daarin geen enkelen arbeider aantreft.
Het is een college van dames en heeren, die hun vrijen tijd aan dit werk
geven, hetgeen naturlijk zeer te waarderen is, maar die al heel weinig
inzicht hebben in het zieleleven van een armen zwerver en dus ook niet
inzien, wat er in de eerste plaats noodig is, om het leven van dergelijke
menschen zoveel mogelijk te veraangenamen.
De wethouder belooft de samenstelling van het bestuur onder de aandacht te brengen van Hulp voor Onbehuisden en
overweegt een verplichte deelname van vertegenwoordigers van de gemeente in het bestuur.
Volgens het eerder genoemde raadslid Seegers kan HvO niet volstaan met de benoeming van enkele arbeiders of
personen van gemeentewege:
Wil men werkelijk verandering brengen en de verpleging verbeteren, dan dient men een commissie te benoemen
van verpleegden zelf, aan wie de organisatie van den dienst wordt opgedragen.
De gemeente staat echter een systeem voor van gemeentegedelegeerden en zo woont in oktober 1932
Dr. Louis Heijermans,
directeur van de Gemeentelijke Geneesundige Dienst, als eerste gedelegeerde de bestuursvergadering van HvO bij.
Heijermans kan het bestuur van Hulp voor Onbehuisden direct geruststellen, het verzoek om een arbeiders-afgevaardigde heeft
B&W alleen pro forma doen uitgaan en kan derhalve beleefd voor kennisgeving worden aangenomen.
Het bestuurslid Wertheim overlijdt plotseling in november.
Mr. Korthals Altes treedt in september toe tot het bestuur van HvO in de rol van secretaris. Hij zal deze functie maar liefst 37 jaar, tot 1969, vervullen.
De gemeente geeft HvO toestemmng om op 24 september een straatcollecte te houden. De vereniging betreurt dat dit op een zaterdag is, zo zullen er
"waarschijnlijk minder giften van Israelieten binnenkomen."
De Amsterdamse bioscopen zeggen toe gratis reclame te zullen maken voor deze collecte die uiteindelijk ± 15.000 gulden opbrengt.
Het Rembrandttheater en Tuschinsky tonen later in het jaar de propagandafilm van Hulp voor Onbehuisden.
In het decembernummer van het HvO-blad staat Het knaapje bij den kerstboom van Christus, een kerstverhaal van Fjodor Dostojevski, dat minstens zo gevoelig is als 'Het meisje met de zwavelstokjes.'
Het gaat over een arm, verkleumd en hongerige zesjarig jongentje uit Petersburg. Hij zwerft door de stad, staat hier en daar stil bij feestelijk opgetuigde kerstbomen, maar
hij wordt overal weggestuurd.
Als hij zich 's avonds moe en verstoten op een takkenbos te ruste legt, krijgt hij een visioen. Niet alleen hoort hij de lieflijke stem
van zijn moeder, hij ziet een denneboom mooier dan hij ooit heeft aanschouwd. Dit is de kerstboom van Christus
"voor de kinderen die op aarde geen kerstboom hadden en die op aarde geen vreugde hebben gesmaakt."
De volgende morgen vindt men "een onbekend knaapje, in eenzaamheid gestorven van koude, honger en gebrek."
In 1932 verstrekt HvO 288.388 verpleegdagen en nachtverblijven, gemiddeld 790 per dag.
1933
Een aparte plaats binnen Hulp voor Onbehuisden bekleedt de Gezinsafdeling, de latere Voogdijafdeling.
Directeur Honing vraagt al in 1923 een officiële voogdijbevoegdheid aan. Pas in 1930 plaats HvO de eerste
80 kinderen bij gezinnen, vooral in de Achterhoek.
De regering verlaagt in 1933 de subsidie voor de opname van voogdijkinderen van ƒ0,60 tot 55 cent per dag. Hulp voor Onbehuisden
blijft gezinnen zestig cent betalen en past dagelijks een stuiver uit eigen kas bij.
Gedelegeerd bestuurslid Heijermans vindt dat Hulp voor Onbehuisden zich nodeloos een hoop moeilijkheden op de hals haalt.
Volgens hem leert de ervaring dat pleeggezinnen dikwijls uitsluitend pleegkinderen opnemen uit financieel gewin.
De pleegouders zijn vaak kleine boertjes en worden veelal uitsluitend geleid door verlangen naar contant geld.
Overigens acht spreker het uitgesloten dat een goede gezinsverpleging voor 60 ct. per dag zou kunnen worden verleend.
De rest van het bestuur van Hulp voor Onbehuisden steunt Heijermans niet in deze opvatting en handhaaft de Voogdijafdeling.
Dezelfde Heijermans brengt in februari een bezoek aan het meisjeshuis in Houten. Naar aanleiding daarvan pleit hij voor de opzet door HvO
van een dergelijke voorziening in Amsterdam, liefst louter voor "psychopatische meisjes."
De huur van het Oud Buitengasthuis - sinds jaar en dag één symbolische gulden per jaar - wordt door de gemeente
verhoogd tot ƒ12.000. Dit wordt door de gemeente echter direct weer goed gemaakt met een dekkende subsidie.
Het is in 1933 niet langer verantwoord de circa 500 overgebleven personen, merendeels kinderen, in het Oud Buitengasthuis
te blijven huisvesten. Gelukkig zijn er alternatieven. De gemeente wil aan de Weesperzijde, naast het nachtasiel, een internaat
voor mannen bouwen.
Het Vrouwen- en Kinderasiel, het Kinderinternaat en de ongehuwde moeders kunnen worden ondergebracht in twee leegstaande
scholen aan de Roggeveenstraat.
Voor de schoolgaande kinderen van Hulp voor Onbehuisden wil de gemeente Amsterdam het oude Blindeninstituut aan de
Stadhouderskade 84 kopen en verbouwen volgens plannen van de architect Lubbers. Publieke Werken is zelfs van plan er centrale verwarming aan te leggen.
B&W van Amsterdam laat weten HvO in 1933 niet meer dan ƒ180.000 subsidie te zullen verstrekken.
Op een advertentie waarin HvO een directeur zoekt voor het Observatiehuis komen 300 brieven binnen.
In mei wordt J. van Zijl, die eerder een gelijksoortige functie bekleedde in Groningen, benoemd tot directeur van dit huis.
Er is een wijziging van de statuten noodzakelijk omdat de termijn waarvoor de vereniging in 1904 is aangegaan in juli 1933 verstrijkt.
Hiervoor wordt een algemene ledenvergadering uitgeschreven. De vernieuwde statuten worden bij Koninklijk Besluit van 19 juli goedgekeurd en gepubliceerd
in de Staatscourant van 5 september.
In september krijgt HvO via het Algemeen Handeldsblad een brief van een oud-verpleegde die voorstelt ter nagedachtenis aan dr. C.W. Janssen,
een van de oprichters van Hulp voor Onbehuisden, een monumentaal beeld van een zwerver "ergens op een heide te doen plaatsen."
Het bestuur besluit om een zaal in het nieuwe nachtasiel aan de Weesperzijde naar deze stichter te vernoemen.
Volgens directeur Honing merkt HvO eind 1933 nog weinig van de wereldwijde economische crisis:
"Het aantal verpleegden neemt niet toe, het aantal giften en contributies niet af."
De HvO-collecte van najaar 1933 levert ruim ƒ10.000 op.
Op 1 januari 1934 sluiten de Gemeentelijke Quarantaine Innrichtingen. Men vindt een tijdelijke oplossing in de Roggeveenscholen die dan
juist voor HvO worden verbouwd. Een gepland kamertje moet voor het "veel grootere belang van een behoorlijke Quarantaine-Inrichting wijken,"
aldus Heijermans.
Het bestuur geeft zich niet zomaar gewonnen. Gaat HvO nu onbezoldigd een taak van de gemeente doen?
En hoe verhouden de bevoegdheden van dr. Jens van de GGD met zijn bacteriologisch laboratorium zich tot de HvO-arts, dr. Loterijman?
Heijermans benadrukt dat de quarantaine op zichzelf staat en verwacht dat van conflicten tussen zijn dienst en HvO geen sprake zal zijn.
In Engeland verschijnt Down and Out in Paris and London
het debuut van George Orwell en inmiddels een van de beroemdste boeken ter wereld over dakloosheid en het leven aan de zelfkant.
Gedurende 1933 verstrekt HvO 261.930 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 718 per dag.
1934
In februari ontvangt HvO een klacht: een artikel van hoofddirecteur Honing in het huisorgaan van de vereniging zou te politiek zijn getint, namelijk te zeer tegen
het nationaal-socialisme gericht volgens de briefschrijver.
En wat schrijft Honing in januari 1934?
Buiten onze landsgrenzen wordt hier en daar gepredikt: hardheid, stramheid, eenvormigheid.
Wij achten dat een gevaar voor wie het doet en voor wie het ondergaat.
Dreigt dit gevaar ook ons? Ongetwijfeld, want landsgrenzen houden gedachtenstroomen niet tegen.
De gemeente stelt voor ook een vierde school aan de Rogeveenstraat ten behoeve van Hulp voor Onbehuisden. HvO juicht deze uitbreiding uiteraard toe.
Men buigt zich over de naamgeving van deze nieuwe voorzieningen. Sommige bestuursleden vinden dit onnodig, alles zou uitsluitend onder de naam HvO moeten opereren,
terwijl anderen er op wijzen "dat de naam Onbehuisden voor verschillende afdeelingen minder prettig klinkt."
In het Jongenshuis aan de Prins Hendrikkade zijn badcellen geplaatst. Dit bevalt zo goed, dat men deze later dit jaar ook in het Observatiehuis laat bouwen.
Voor het op stapel staande nieuwe Nachtasiel aan de Weesperzijde acht de gemeente centale verwarming te luxueus.
In juni maken de meisjs van het Folmina tehuis uit Houten een uitstapje naar Epe.
De jongens van het Observatiehuis gaan een dagje naar Schiphol.
Het tijdschrift 'Hulp voor Onbehuisden' durft in 1934 te voorspellen dat "wanneer in het jaar
1954 bij het gouden jubileum vam Hulp voor Onbehuisden een gedenkboek wordt uitgegeven, het jaar 1934 in dat gedenkboek
zal worden genoemd een belangrijk jaar."
De schrijver van dit artikel doelt hiermee op het afscheid van het oude Pesthuis voor ruim 200 schoolgaande
kinderen, die na de vakantie elders huisvesting zullen vinden, namelijk aan de Stadhouderskade.
Op 16 juli 1934 poseren de kinderen voor de laatste maal op de binnenplaats van het Oud Buitengasthuis. Fotograaf Hofker
legt het moment vast en er was "dat zelfde gevoel bij klein en bij groot, van te verlaten dat oude bekende en te gaan naar
het onbestemde, naar het vreemde."
De kinderen gaan gelukkig eerst nog met vakantie, traditiegetrouw eerst met de boot naar Harderwijk en dan met vrachtauto's [!] verder
naar kampeerterrein Saxenheim bij Nunspeet.
Op 16 augustus betrekken zij het pand aan de Stadhouderskade 84. Het gebouw heeft vooralsnog geen naam. "Evenwel, we
vertrouwen, dat de volksmond er wel voor zal zorgen. Laten wij zorg dragen, dat die naam een eervolle zij."
De officiële opening is op 13 september.
Het pand aan de Stadhouderskade wordt voorlopig 'internaat voor schoolgaande kinderen' genoemd en zal enkele jaren later
het Prinses Marijkehuis gaan heten.
In september 1934 onstaat er een algemeen secretariaat op het hoofdkantoor, onder leiding van mejuffrouw Van den Berg,
secretaresse van de hoofddirecteur, dat onder meer de correspondentie gaat verzorgen.
B&W laten in september weten de subsidie voor Hulp voor Onbehuisden te verlagen
omdat het aantal verpleegden van de vereniging is verminderd.
In oktober laat HvO het Leger des Heils weten geen wagens uit te lenen voor een dag van de Nationale Bond van Barmhartigheid,
omdat deze bond, ondanks de naam, niet alle verenigingen omvat die goederen ophalen.
De resultaten van de collecte
van 15 september vallen tegen.
Voorzitter Medens da Costa meldt op 8 oktober dat de opbrengst van de collecte zeer geleden heeft "door het geschrijf in de kranten."
Hij doelt daarbij op een interview van de secretaris van de Armenraad in De Telegraaf.
Heijermans wil hiertegen ernstig protesteren bij de Armenraad.
Eind 1934 doet zich een kwestie voor met een jongen van HvO die in Beileroord wordt verpleegd.
De zaak wordt besproken door Honing, Heijermans en dr. Querido van de Geneeskundige Dienst.
HvO sluit het jaar af met een batig saldo van ƒ29.000.
Men verstrekt 278.867 verpleegdagen, gemiddeld 764 per dag.
1935
In 1935 besluit de gemeente niet langer subsidie voor het Observatiehuis te geven. B&W menen dat gegeven de crisis
de gemeente niet langer een verpleegprijs van ƒ3 per plus de financiering van het tekort van ƒ12.000 kan betalen,
terwijl de eigenlijke prijs ƒ2,69 bedraagt en het rijk maar ƒ1,75 betaalt.
Wil de vereeniging met een mindere vergoeding dan de volle kosten genoegen nemen, dan moet zij dit zelf weten; doch zij
kan bezwaarlijk verlangen dat de Gemeente het ontbrekende zal aanvullen. Tot heden heeft de Gemeente dit in het algemeen
belang nog gedaan, doch de toestand der Gemeentefinanciën laat dit naar onze meening niet langer toe
aldus B&W.
In oktober verschijnen er artikelen over het Observatiehuis in Het Volk en het Handelsblad.
Er gaan stemmen op - onder meer van gemeente-gedelegeerde Heijermans - om het Observatiehuis te sluiten. De rest van
het bestuur vindt juist dat de voorziening "op aetische gronden" onlosmakelijk met het gedachtegoed van Hulp
voor Onbehuisden is verbonden en derhalve beslist behouden dient te blijven.
HvO dreigt het Rijk de opname van jonge boefjes stop te zetten.
Gelukkig ontvangt het bestuur van Hulp voor Onbehuisden in november 1935 een brief van het Ministerie van Justitie
waarin wordt aangekondigd dat de verpleegsubsidie zal worden verhoogd.
Het Observatiehuis is voorlopig gered.
In mei 1935 constateert het bestuur een te lage bezetting bij het Manneninternaat, 100 van de 135 plaatsen zijn bezet.
Dit beïnvloedt de verpleegkosten per bewoner en drukt op het personeelsbestand van de ophaal- en sorteerdienst.
Zou Maatschappelijke Steun werkloze mannen niet kunnen verplichten om in het internaat van HvO te gaan wonen?
Volgens een ander bestuurslid roept de naam Hulp voor Onbehuisden weerstanden op.
Deze naamskwestie is al eerder aan de orde geweest. Men besluit daarom op de huizen in de stad niet meer de
de naam HvO te zetten. Alleen het Mannenasiel voert zonder mankeren de naam Hulp voor Onbehuisden.
De heer Gestman, directeur van de Mannenafdeling, wordt in juni aangevallen door een voormalig verpleegde, die bovendien allerlei bedreigingen uit voor de toekomst.
De betrokken medewerker verzoekt de vereniging een revolver te mogen dragen.
Het bestuur is principieel tegen bewapening van beambten van een liefdadige instelling. "Deze moet op zijn zelfvertrouwen, niet op een wapen steunen."
HvO laat naar aanleiding hiervan de politie weten dat men bij dergelijke incidenten in het vervolg sneller op assistentie hoopt te kunnen rekenen.
De Horecaf verzorgt wederom het kerstmaal voor de kinderen van HvO in het AMVJ-gebouw aan het Leidsebosje, deze keer
onder meer met een optreden van de bekende harmonicaspeler Max van Gelder.
HvO sluit het jaar af met een tekort van ƒ22.000.
In 1935 worden 278.520 nachtverblijven en verpleegdagen verstrekt, gemiddeld 763 per dag.
1936
Op 14 maart 1936 wordt het nieuwe Nachtasyl voor mannen aan de Weesperzijde officieel geopend. "De tijd dat alle beschermelingen der Vereeniging
tezaamen woonden onder de zware dakspanten van het Oud-Buitengasthuis is voorbij," merkt het huisorgaan van HvO op.
Bij deze gelegenheid poseren bestuur, directie en genodigden voor een foto op de binnenplaats van het nieuwe gebouw.
HvO brengt in de nieuwe voorziening een plaquette aan ter nagedachtenis aan dr. C.W. Janssen, een van de oprichters van de vereniging.
Lees ook de artikelen die De Telegraaf en de NRC wijden aan de opening van de nieuwe HvO-afdeling aan de Weesperzijde.
Gemeente-gedelegeerde Heijermans beklaagt zich over de "overdreven inrichting" van de nieuwe voorzieningen voor
mannen aan de Weesperzijde. Bestuurslid Hendrix valt hem bij en meent "dat het gebouw overdreven is ingericht en bij de
zwervers daarom minder in den smaak valt."
Dezelfde Heijermans vindt het ook overdreven dat bezoekers van het Nachtasyl bij hun vertrek 's morgens brood mee krijgen:
"de behandeling is overdreven. Zoo trekt men zwervers naar Amsterdam."
Directeur Honing haast zich te verklaren dat Hulp voor Onbehuisden dit al ruim acht jaar doet, het is immers nog slechter als asylgasten
de hele dag niets te eten hebben, en dat bovendien uitsluitend Amsterdammers worden opgenomen, zodat van een eventuele aanzuigende werking
geen sprake kan zijn.
Bestuursvoorzitter Mendes da Costa valt de directeur bij; brood meegeven is goed, anders zou HvO mensen dwingen tot bedelen.
Op 27 mei houdt Hulp voor Onbehuisden een bazar, voor de laatste maal in het oude Pesthuis.
In juni vraagt directeur Honing in zijn tijdschrift geld voor vakantie voor de kinderen van HvO.
De gewone middelen van ons werk veroorloven niet, de kinderen deze vreugde te schenken.
Wij hopen dan ook, dat het beroep dat weldra op U gedaan zal worden ook ditmaal niet tevergeefs zal zijn,
want slechts als vele vrienden van ons werk iets bijdragen kan het kinderkamp slagen.
Elk jaar weer opnieuw rijst de spannende vraag: Kunnen de kinderen naar buiten?
Stelt U eens voor van niet, welk een tegenslag zou dat zijn voor die meer dan 200 gestichtskinderen!
Gelukkig komt er ruim ƒ4.000 aan giften binnen voor dit doel en vertrekken de kinderen eind juli traditiegetrouw naar het zomerkamp op de Veluwe.
Op 20 juli 1936 overlijdt zuster N. Minderaa die meer dan dertig jaar, dat wil zeggen vrijwel vanaf het begin, bij
Hulp voor Onbehuisden heeft gewerkt, voornamelijk in het Asyl voor vrouwen en kinderen.
Het Jongenshuis van HvO aan de Prins Hendrikkade bestaat 25 jaar.
Dokter H. Loterijman is 25 jaar huisarts van de vereniging. Dit wordt op 6 oktober gevierd.
Hoytink, die na de oorlog algemeen directeur van HvO wordt, komt in dienst als ambtenaar bij het altijd roerige Observatiehuis.
Bij dit huis speelt niet alleen een conflict tussen directeur Van der Zijl en psychiater Grewel, men blijft ook heen en weer worden geslingerd tussen
twee broodheren: de gemeente en het rijk.
Op zaterdag 19 september is de jaarlijkse straatcollecte voor de winterhulp van Hulp voor Onbehuisden.
HvO sluit het jaar af met een tekort van 8.000 gulden.
In 1936 verstrekt HvO in totaal 279.271 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 763 per dag.
1937
Hulp voor Onbehuisden ontvangt een brief van de gemeente waarin staat dat het oude Pesthuis op 1 april 1937 verlaten dient te zijn.
Het bestuur neemt symbolisch afscheid van het pand met een laatste diner in het Oud-Buitengasthuis.
De vereniging krijgt drie weken om te verhuizen. Directie, administratie en secretariaat gaan naar de Van Neckstraat,
de bewoners betrekken een leegstaand scholencomplex daar net om de hoek, aan de Roggeveenstraat.
Dit is hetzelfde gebouw waar momenteel nog steeds De Roggeveen, de vrouwen- en gezinsopvang van HVO-Querido, is gevestigd.
De eerste directrice van deze opvangvoorziening voor vrouwen- en kleuters is mevrouw C.S. van Ouwenaller.
Door de quarantaineafdeling van de GGD, die op verzoek van de gemeente ook in het complex aan de Roggeveenstraat is ingericht, komt HvO soms op bizarre wijze aan bewoners.
Zo wordt er in juni 1937 een kind van drie dagen oud - opgegeven door prof. Brouwer - in de quarantaine gebracht om te sterven.
Het kind blijft echter leven en wordt bij HvO opgenomen.
HvO besluit dat het monument - dat ter nagedachtenis aan de oprichters voor het Oud Buitengasthuis staat - niet onder de slopershamer mag vallen.
Dit gedenkteken verplaatst men naar de binnenplaats van het internaat voot schoolgaande kinderen, het latere Prinses Marijkehuis aan de Stadhouderskade.
De kinderen gaan dit jaar naar vakantiekampen in Epe, Putten en Saxenheim.
Het bestuur is bang dat een teruglopende bezeting van de Weesperzijde een nadelige invloed zal hebben op de productie van onder
meer de bekende bosjes kachelhout en de capaciteit van de vereniging om oud papier en lompen op te halen. Dit is niet alleen een serieuze bron van
inkomsten voor HvO, maar ook een goede manier om contact te onderhouden met de Amsterdamse burgers.
Het zijn toch al zware tijden voor de afdeling papiersortering van HvO. Niet alleen schommelt de papierprijs rond een historisch dieptepunt, men wordt bovendien getroffen
door interne tegenslag. Een chauffeur heeft samen met drie verpleegden een grote hoeveelheid papier gestolen en voor eigen gewin verhandeld.
Allen bevinden zich in september weliswaar in voorlopige hechtenis, maar het ziet er naar uit dat de vereniging met de financiële strop blijft zitten.
Op een advertentie waarin HvO een opzichter zoekt voor de afdeling aan de Weesperzijde reageren maar liefst 400 sollicitanten.
In de nachtopvang aan de Weesperzijde plaatst de Geneeskundige en Gezondheidsdienst zogeheten desinfectiekasten, waarin de kleding van passanten kan worden gereinigd van luizen en ander ongedierte.
Niet het feit dat maar de manier waarop leidt tot een conflict tussen de GGD en HvO. Het bestuur van HvO is niet te spreken over de "beveltrant" waarin de
brief van de GGD hierover is getoonzet, de GGD vindt de reactie van HvO hierop "aanmatigend."
De wethouder voor Maatschappelijke Steun is op zijn beurt niet te spreken over de toon van een artikel door bestuurslid De Jongh over het Observatiehuis in het huisorgaan van HvO.
Op zaterdag 18 september is de jaarlijkse straatcollecte ten bate van de winterhulp van Hulp voor Onbehuisden.
Eind 1937 verlaat de oud-kinderrechter Mr. G.T.J. de Jongh na veertien jaar het bestuur van HVO.
Hij was, ook als voorzitter van de commisie van toezicht van het Observatiehuis, een onvermoeibaar behartiger van de belangen van dit huis.
In 1937 verstrekt HvO 275.079 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 753 per dag.
1938
Heijermans vertrekt op 31 december 1937 als directeur van de Amsterdamse GGD en daarmee ook als gemeentegedelegeerde uit het HvO-bestuur.
Zijn plaats wordt ingenomen door Dr. J. Tuntler, de nieuwe directeur van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst.
Op 19 januari worden de kinderen van HvO gefêteerd door de Amsterdamse Horecaf, dit jaar in Krasnapolsky.
P.C. Faber, directeur van het schoolkinderen internaat, citeert in het HvO-blad van januari met instemming Theo Thijssen: "indien ik geen idealist was, ik zou geen opvoeder durven zijn."
Begin februari neemt de Commissie van Toezicht van het Observatiehuis collectief ontslag. Een onafhankeljke geschillencommissie heeft
onder meer de kwesie tussen directeur Van der Zijl en psychiater dr. F. Grewel van dit huis onderzocht en vooral ten gunste van de eerste geoordeeld. Het bestuur van HvO
besluit daarop om de directeur te handhaven en het ontslag te aanvaarden. Een klein clubje bestuursleden neemt het toezicht op
het Observatiehuis voorlopig waar.
Volgens het Algemeen Handelsblad
dat in februari over deze affaire bericht, smeult het conflict al lang en spitst zich toe op verschillen van inzicht over de werkwijze.
Volgens de opgestapte deskundigen (naast Grewel de kinderrechters G.T.J. de Jongh en W.P.C. Knuttel en psychiater F.S. Meyers) verwordt
het huis door het ontbreken van voldoende geschoold personeel tot een huis van bewaring voor de jeugd waar het nota bene dreigt te gaan ontbreken aan vakkundige observatie.
Op 15 februari 1938 organiseert HvO een muziekavond in het Concertgebouw, uiteraard met de bedoeling geld in te zamelen, met toegangsbewijzen van ƒ2,50, ƒ1 en ƒ0,50.
De volgende dag schrijft de krant Het Volk hierover: "Het liefdadigheidsconcert, dat gisteravond ten bate van de
vereeniging Hulp voor Onbehuisden in het Concertgebouw werd gegeven was zeer gevarieerd. Het werd aangeboden door het 'Gewa-mannenkoor'
en de 'Gemengde zangvereniging Amsterdam,' terwijl medewerking verleend werd door het mannenkoor 'Stemmen uit de Mijnstreek' en
het 'Jongens-Matrozenkoor' uit Den Haag."
De Telegraaf van 16 februari weet hierover te vermelden dat "Hulp voor Onbehuisden succes heeft met zijn onvermoeid
werken. De groote zaal was zeer goed bezet met een publiek dat de prestaties dankbaar heeft gevolgd."
Het Folmina-paviljoen in Houten krijgt centrale verwarming.
Hoewel het tijdschrift 'Hulp voor Onbehuisden' zich primair richt op het werk van de vereniging en de armenzorg in Amsterdam,
is de blik aanmerkelijk ruimer.
Regelmatig maakt men melding van bijvoorbeeld bezoeken aan Europese congresssen, vernieuwingen in het
Amerikaanse gevangeniswezen, strafrechthervormingen in België of andere internationale ontwikkelingen op het terrein van
zorg en welzijn.
In 1937 en 1938 verschijnen er in het huisorgaan twee kleine artikelen onder de titel 'Schrijnende armoede der Berlijnsche Joden.'
Hierin geen woord over politieke ontwikkelingen in Duitsland, geen spoor van ontsteltenis of kritiek, maar een zakelijk
relaas waarin uitsluitend mededogen klinkt met de schamele materiële toestand van de getroffen burgers.
In juli 1938 komt de Europese realiteit dichterbij en wijdt directeur Honing een uitgebreide beschouwing aan 'Kinderbescherming
en luchtbescherming.'
Ook in Nederland begint men zich meer en meer rekenschap te geven van de noodzakelijkheid de luchtbescherming voor te
bereiden en te organiseren.
Het ligt voor de hand, dat ook de besturen van gestichten van weldadigheid zich bezinnen over maatregelen om de aan hare zorg
toevertrouwden zooveel mogelijk te beschermen tegen de gevaren van, in geval van oorlog te verwachten, luchtaanvallen.
Vervolgens geeft Honing - een oud infanterieofficier tenslotte - een breed militair-historisch exposé van de pogingen
om de burgerbevolking voor de gruwelen van het krijgsbedrijf te behoeden en duikt daarbij diep in de 18e eeuw.
Terwijl Honing dit schrijft, woedt de Spaanse Burgeroorlog nog in alle hevigheid en is Guernica
al ruim een jaar geleden verwoest.
Honing stelt voor om instellingen als Hulp voor Onbehuisden in te delen in de categorie 'onschendbare doelen' zoals
ambulances en ziekenhuizen, liefst met een groot rood kruis op een wit veld op het dak aangebracht.
Het huisorgaan van Hulp voor Onbehuisden wijdt in juni een speciaal nummer aan haar directeur die 25 jaar in dienst is met uiteenlopende feestbijdragen van onder meer
wethouder Van Meurs, oud-inspecteur T. van Rappard, GGD-directeur Tuntler, hoofdcommisaris van politie Versteeg, voorzitter van de Nederlandse Bond tot Kinderbescherming H. de Bie,
bestuursleden en leidinggevenden van de vereniging.
HvO-directeur Honing krijgt op 31 augustus een koninklijke onderscheiding ter gelegenheid van het 40-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1938.
Op 29 juni organiseert HVO een liefdadigheidsconcert in de tuin van het huis voor schoolgaande kinderen aan de Stadhouderskade, met optredens van onder meer eigen HvO dames- en kinderkoren.
Dagblad Het Volk bericht hier over de volgende dag dat het reuze gezellig was.
In de notulen van de bestuursvergadering van 31 oktober 1938 lezen we: "De Hoofd-Directeur wijst erop, dat het gebouw
aan de Roggeveenstraat uitermate gevaarlijk ligt uit een oogpunt van luchtaanvallen."
Deze vrouwen- en kinderafdeling van HvO aan de Roggeveenstraat wordt in juni officieel door wethouder Van Meurs geopend.
De Telegraaf wijdt er een artikel aan.
In de mannenafdeling stijgt de productie van oud-papier van 20 tot maar liefst 35 ton per jaar. Ondanks deze groei wordt uit oogpunt van besparing de
vrachtauto afgeschaft en valt men terug op het afhalen met behulp van handkarren.
Zowel directeur Honing, bestuurslid mevrouw Heldring als kinderen van het HvO-internaat aan de Stoudhouderskade spreken op 12 september
voor de VARA-radio "als propaganda voor de vereniging en ter opwekking voor de collecte" aldus de bestuursnotulen.
Op 23 september verschijnt met hetzelfde doel een bijdrage over HvO in het tijdschrift Panorama met aardige foto's van de schoolkinderen.
De jaarlijkse straatcollecte van HvO op zaterdag 24 september brengt ƒ4400 op, 300 gulden meer dan het voorgaande jaar.
In 1938 verleent HvO 277.020 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 758 per dag.
1939
Op 20 mei bestaat het Observatiehuis 25 jaar. Mr. Herman Boasson rept enthousiast over het landelijk belang van deze voorziening.
Er zijn veel meer aanvragen om plaatsing dan er ruimte beschikbaar is.
Zo zijn er op 1 januari 1938 74 jongens in verpleging en op 31 december van dat jaar 76. In de loop van 1938
worden 197 jongens opgenomen en verlaten 195 jongens het Observatiehuis.
Het totaal aantal verpleegdagen bedraagt 26.842.
Toch zal het zilveren jubileum door bestuur en directie waarschijnlijk tandenknarsend zijn gevierd, want de organisatie
en leiding van het Observatiehuis en de talloze interne strubbelingen daarover, beheersen in '38 en '39 geruime tijd de agenda.
Op 3 mei schittert de pupil Theo B. van het Observatiehuis als ware held op de voorpagina van de Telegraaf omdat hij als beginnend matroos tijdens een zeereis een jongetje van de
verdrinkingsdood redt in de haven van Aberdeen.
In het huisorgaan vraagt HvO om een nieuwe piano voor het Observatiehuis. De eisen zijn daarbij niet al te hoog gesteld,
men mikt op een instrument "ook al is deze slechts eenigermate bespeelbaar."
Op 14 februari is er wederom een liefdadigheidsconcert ten bate van Hulp voor Onbehuisden in het Amsterdamse Concertgebouw.
In februari is er een initiatief van mevrouw Wijsmuller om het brokken-ophalen te combineren met het
leeghalen van zolders voor de luchtbescherming. Men zal informeren hoe dit in het buitenland gedaan is.
"Het bijeenbrengen van Hulp voor Onbehuisden, Liefdewerk Oud Papier en Leger des Heils acht de hoofd-directeur
onmogelijk wegens de uiteenlopende doelstellingen."
Op 16 maart is er een verduistersproef waaraan ook de Mannenafdeling moet voldoen. Ook de mogelijkheid van ontruiming moet worden voorbereid.
Met enige regelmaat verschijnen er in het huisorgaan boekbesprekingen. Meestal gaat het om studies op het gebied van reclassering,
opvoeding of sociaal werk, een enkele maal worden boeken aangeraden die de jeugd tot voorbeeld kunnen dienen.
In het maartnummer van het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden in 1939 staat voor het eerst
een recensie van een speelfilm, Boys Town, een
film met Spencer Tracy, die als priester een aantal boefjes onder zijn hoede neemt.
Recensent Sam Pach is laaiend enthousiast en raadt de film iedereen aan die sociaal werk doet:
Pater Flanagan - prachtig vertolkt door Spencer Tracy - is een monument, vergeef ons de beeldspraak, van naastenliefde.
Hij is voor alle maatschappelijke werkers een voorbeeld van grooten stijl. Hoe vertrouwd klinkt het ons in de ooren, als
hij te kennen geeft, dat met een dak boven het hoofd, en bord eten, een taak, menig jong leven te reden is... Is het niet
of wij een bekend paedagoog hooren zeggen: Je kunt niet opvoeden als de voeding op is.
De recensent vindt het Observatiehuis ook een jongensstad. Beide leveren het bewijs dat de jeugd "door reclasseering
gered kan worden van een parasitair bestaan en maatschappelijken ondergang."
Al op 6 februari stelt het bestuurslid mejuffrouw Boelen voor om personeel dat met moeilijke jongens te maken heeft op de film Jongens-stad te trakteren.
Het bestuur besluit om de staf van het Jongenshuis en het Observatiehuis - dat op 20 mei zijn 25-jarige jubileum viert - een vrijkaartje voor deze film te geven.
In mei vraagt de Stichting Neerbosch of HvO in geval van oorlog alle kinderen uit die stichting op te nemen.
Afgezien van de praktische bezwaren, vermoedt Honing dat de autoriteiten in dat geval niet zitten te
wachten op 500 extra kinderen van buiten in de hoofdstad.
Hoe moet Hulp voor Onbehuisden omgaan met de vorming van voorraden in oorlogstijd?
De overheid geeft het advies om in te slaan, het bestuur neemt dit over.
Uit de bestuursnotulen van 5 juni 1939 blijkt dat er kort daarvoor een verpleegde van HvO is vermoord op het Barentzplein.
Mejuffrouw Van Ouwenaller woont namens de vereniging de begrafenis bij.
Op 5 juli viert HvO het eerste lustrum van het internaat voor schoolgaande kinderen aan de Stadhouderskade. De Nieuwe Rotterdamsche Courant doet de volgende
dag bericht van een geslaagd tuinfeest.
De genoodigden waren de ouders en verwanten der kinderen en verder veel vrienden van deze mooie instelling van wijlen het echtpaar Jonker,
die onder de burgerij van Amsterdam nog steeds een zoo groote en algemeene waardering heeft.
Op 28 juni is er een bazar ten gunste van de vrouwenafdeling. Zowel de opkomst als de opbrengst vallen tegen in verhouding tot de voorgaande jaren, aldus het HvO-blad.
Op 17 augustus overlijdt mr. J.A. van Sonsbeeck,
die meer dan 25 jaar bestuurslid is geweest van HvO, het grootste deel van de tijd als penningmeester,
en zich recent nog had ingezet voor de reorganisatie van het Observatiehuis.
Tijdens de viering van het jubileum van dit huis had hij de jongens nog verrast met "luid toegejuichte dozen cigaretten."
In december treedt U.W. Stheeman toe tot het bestuur van Hulp voor Onbehuisden. Hij zal tot 1969 aanblijven en treedt jarenlang op als voorzitter.
Op 11 december wijst Honing er op dat Houten in geval van oorlog of inundatie in ieder geval moet worden ontruimd.
In december verzoekt de Nederlandse regering HvO vier vrouwelijke vluchtelingen, "niet Joodsch, maar linksch politiek georiënteerd"
uit Duitsland op te nemen. De vrouwen zijn aanvankelijk in Swalmen bij Roermond geïnterneerd, maar men acht dit te dicht bij de oostgrens.
De vereniging gaat schoorvoetend accoord.
In 1939 komt er ƒ66.000 aan giften binnen. De jaarlijkse straatcollecte van HvO "voor alle gezindten" is op 16 september.
HvO verstrekt dit jaar in totaal 264.627 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 725 per dag.
|
|